Ga naar inhoud

Wie het verhaal van vzw MineWine leest, ontdekt een combinatie die je zelden bij elkaar ziet: een mijnbouwverleden, sociale economie en… Riesling.

Van burgerbudget naar wijnbedrijf

Het idee om de hellingen van de Limburgse mijnterrils als unieke ondergrond voor wijnbouw te gebruiken, ontstond een paar jaar geleden op - hoe kan het ook anders - een wijnbeurs. De hellingen van een terril lijken ideaal om in een platte streek zoals Vlaanderen aan wijnbouw te doen, terrils vormen ook een soort van microklimaat door hun specifieke eigenschappen met betrekking tot drainage (het poreuze gesteente zorgt voor vlotte waterafvoer) en warmteoplsag (het donkere gesteente absorbeert het zonlicht goed en houd de zonnewarmte vast). Perfect om aan wijnbouw te doen, toch? Toen de stad Genk in 2020 haar Burgerbudget-initiatief lanceerde, dienden oenoloog Jos Mechelmans en Rik Froyen een projectaanvraag in. MineWine, zoals het droomproject ondertussen heette, kreeg een budget van 82.000 euro toegekend en kon van start gaan.

Van meet af aan was MineWine meer dan een “wijnproject”. MineWine wou niet alleen aantonen dat de Limburgse terrils geschikt zijn om op een biologische en duurzame manier aan wijnbouw te doen, maar stelde zich ook tot doel om mensen uit de sociale economie op te leiden tot "wijnbouwmedewerker".

Mijnsteen als terroir

Het meest onderscheidende kenmerk van MineWine is natuurlijk de ondergrond zelf. Los van de positieve factoren met betrekking tot drainage en warmteopslag, zijn terrils opgehoogd met mijnsteen, en dat is geen vanzelfsprekende basis voor landbouw, onder meer omwille van de zware metalen die erin aanwezig zijn. Toen de Genkse stadsdiensten aanvankelijk advies vroegen bij OVAM, klonk het antwoord dan ook terughoudend: landbouw wordt op dergelijke gronden afgeraden — tenzij een expert een grondig onderbouwde motivatie kan voorleggen.

Die uitdaging werd omgezet in een wetenschappelijk traject. Eerst werden stalen van de bestaande begroeiing geanalyseerd door labo Primoris, een spin-off van UGent. Uit dat onderzoek bleek dat de waarden voor zware metalen, chloriden en sulfieten ruim binnen de normen bleven. Dat opende de deur voor een meerjarig onderzoek met de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de UGent, onder leiding van professoren P. Vermeir en F. Debersaques. Gedurende drie jaar werden bladstalen van alle percelen en variëteiten geanalyseerd.

Het resultaat, eind 2025 gepubliceerd, was erg positief: de concentraties zware metalen in de bladeren daalden systematisch en bleven grotendeels onder de detectielimiet, ook in de druiven zelf werden geen afwijkende waarden gevonden. OVAM sloot zich bij de conclusies van het rapport aan voor de meest kritische parameters — cadmium, lood en arseen — en vroeg enkel om ook de wijn zelf te laten testen zodra die klaar was. Die finale Primoris-analyse bevestigde het beeld: voor cadmium, lood en chloriden werden geen meetbare waarden gevonden, en koper en sulfaten bleven ruim onder de Europese drinkwaternormen.

Welke druiven groeien er op terrils: van klassiekers tot vergeten rassen

MineWine plantte over verschillende percelen in Genk — Winterslag Terril/C-Mine, Bemdekensstraat en Zwartberg — een gevarieerd druivenassortiment aan, telkens afgestemd op de specifieke ligging en bezonning.

Op de helling van Winterslag staan 600 stokken Riesling, waarbij geëxperimenteerd werd met zeven combinaties van klonen en onderstammen om te ontdekken welke het best gedijen op deze bijzondere bodem. Het vlakke stuk kreeg 200 stokken Pinot Gris, de referentievariëteit die op alle percelen werd aangeplant om vergelijkbare data te kunnen verzamelen voor wetenschappelijk onderzoek.

Het perceel Zwartberg combineert drie terreintypes: op het vlakke stuk werd Pinot Gris aangeplant, op de steile, zongerichte helling 420 stokken Gewürztraminer, en op de lange helling duizend hoogstam-Rieslingstokken — een teeltvorm die wildbescherming overbodig maakt omdat de ent meteen op hoogte staat, zij het aan een hogere kostprijs.

Wie zich echt in de geschiedenis van de wijnbouw wil verdiepen, moet naar de Bemdekensstraat. Daar koos MineWine bewust, naast een beperkte aanplant van Pinot Gris, voor historische druivenrassen: Grünfränkisch, Gelbe Kleinberger en Altfränkisch, rassen die lange tijd als uitgestorven golden en door Duitse onderzoekers werden herontdekt. Ook andere Belgische wijndomeinen zoals Ravenstein, Beerbosch en Oud Conynsbergh experimenteren met die historische rassen.

Duurzaamheid als leidraad, niet als marketingpraatje

Duurzaamheid was van bij de opstart van het project een belangrijke factor voor MineWine. Al bij het planten koos de vzw bewust voor ecologische materialen: fiberglas plantstokjes in plaats van het gangbare metaal, kartonnen wildbescherming in plaats van plastic netjes, en houten in plaats van aluminium bepalingen — telkens aangekocht bij Europese producenten om de voetafdruk te beperken. Er wordt niet geïrrigeerd en er is bewust gekozen voor machines en methodes die geen erosie veroorzaken op de kwetsbare terrilgronden.

Ook de gewasbescherming volgt een strikt biologische lijn: geen insecticiden of herbiciden, enkel biologisch toegelaten fungiciden om schimmelziektes onder controle te houden, aangevuld met een bladbemestingsprogramma in samenspraak met UGent. De rozenstruiken aan het uiteinde van elke rij zijn daarbij niet zomaar decoratie: ze fungeren als vroegtijdig waarschuwingssysteem, omdat ze ziektes net iets eerder oplopen dan de wijnranken zelf.

Die zorg voor het ecosysteem reikt verder dan de druif alleen. De valkennesten en de vrijlating van door Natuurpunt opgevangen roofvogels (valken en buizerds) in Zwartberg, een bijenkolonie voor de bestuiving, en de aanplant van bremstruiken en sleedoorn als aanvullend biotoop tonen dat MineWine de wijngaard nadrukkelijk als onderdeel van een breder, levend landschap beschouwt.

Wijnbouw met een sociaal hart

Wat MineWine ook onderscheidt van een gewoon wijnbouwproject, is de manier waarop sociale economie structureel is ingebed. Via het OCMW van Genk werd een medewerker in dienst genomen onder het art.60-statuut. Om een voltijdse betrekking voor de betrokken medewerker te garanderen, werden zijn werkuren gedeeld met vzw De Winning, een Genks maatwerkbedrijf. Na afloop van art.60-overeenkomst bij MineWine kon de betrokkene bij De Winning aan de slag blijven zodat zijn ervaring niet zou verloren gaan.

Leerlingen van de Buso-scholen De Wissel en De Richter hielpen mee met planten en onderhoud. Om de sociale economie doelstelling verder uit te bouwen werd Group Intro gecontacteerd. Groep Intro begeleid jongeren richting duaal leren via wekelijkse werksessies in de wijngaard. Via Halte-R werken ook mensen met een taakstraf mee aan onderhoud en bedrading. Naast de gedeelde tewerkstelling in het kader van art.60 nam vzw De Winning met zijn medewerkers alle werken voor zijn rekening die te materieel- of tijdsintensief waren voor vrijwilligers — met wederzijds voordeel, want De Winning bouwde zo zelf wijnbouwexpertise op die ze inmiddels aan andere wijnboeren aanbiedt.

Daarnaast is er een team vrijwilligers dat via vrijwilligerswerk.be werd aangetrokken, snoeicursussen volgde en meehielp bij de aanleg van de percelen. In totaal gaat het om honderden werkuren per jaar, verdeeld over een opvallend diverse groep mensen — precies de diversiteit waar MineWine zelf het meest trots op is.

Een netwerk van bondgenoten

Rond het project groeide een heel ecosysteem aan samenwerkingen. De Rozenvereniging Heusden-Zolder, zelf actief op de terril van Beringen, sponsorde rozenstruiken die als vroegtijdig ziektesignaal fungeren aan het uiteinde van de rijen. PXL Bio-Research zette een studieproject op rond het meten van biomassa met drones. Het Europese INTERREG-project EMRWine bood opleiding en netwerking rond duurzame wijnbouw. Het Natuurhulpcentrum Oudsbergen plaatste een valkennest en liet er zelfs opgevangen roofvogels vrij — een geslaagde symbiose tussen wijngaard en fauna, die intussen ook roodborsttapuiten, buizerds, patrijzen en zelfs een ooievaar aantrekt.

Er kwam ook een culturele laag bij: onder de noemer WineArts installeerde MineWine een gedicht van Mark Vos, "Winter in Winterslag", naast de houten brug, en werden in het kader van de Week tegen de Homofobie regenboogkleuren aangebracht in de wijngaard, samen met OGWA (Ook Genks Wel Anders) en de Stad Genk. Fotografe Elien Jansen kreeg een permanente expositieplek voor haar werk aan de wijngaard. En dankzij een samenwerking met de Toeristische Dienst loopt het Limburgse fietsknooppuntennetwerk nu de wijngaarden van Winterslag en Zwartberg.

Van proefflesje naar echte oogst

De eerste proefbotteling — een bescheiden 30 liter Riesling — diende in 2024 vooral om apparatuur en proces te testen. Groter nieuws volgde in 2025: MineWine vond een eigen locatie voor een wijnkelder in 't Kliniekse in Genk, kreeg de nodige FAVV- en accijnsvergunningen rond, en liet twee wijntanks op maat maken in Slovenië. De oogst van Winterslag en Zwartberg werd apart verwerkt om smaakverschillen te testen — die bleken er inderdaad te zijn, maar een assemblageproeverij wees uit dat de wijnen samengevoegd het best tot hun recht komen. In totaal leverde 2025 ruim 200 liter op, goed voor ongeveer 300 flesjes van 50 cl. De bedoeling is om op termijn door te groeien tot ongeveer 3000 flessen. De voorverkoop van deze eerste "echte" Riesling ging in december 2025 van start, het bottelen gebeurde in het eerste kwartaal van 2026 en vanaf april konden de voor-intekenaars hun bestelde flesje(s) ophalen. De oogst van 2025 is ondertussen helemaal uitverkocht, dus liefhebbers voor de oogst van 2026 houden best de website van MineWine in de gaten.

Terrilwijnbouw in Frankrijk: Charbonnay in Haillicourt

MineWine is wereldwijd geen unicum. In het Noord-Franse Haillicourt (Pas-de-Calais) plantten wijnbouwers Olivier Pucek en Henri Jammet een aantal jaar geleden Chardonnay op de steile, tot 80% hellende flank van een voormalige steenkoolterril. Het resultaat, gekscherend "Charbonnay" gedoopt naar de steenkool en de druif, heeft veel raakvlakken met het Genkse verhaal: ook in Frankrijk moest eerst een uitzonderingsvergunning afgedwongen worden omwille van het afwijkend terroir en omdat de streek officieel geen wijnbouwgebied was, ook in Haillicourt blijft de productie bewust klein en artisanaal, en ook hier wordt het wijnverhaal ingebed in een breder plaatje, namelijk het herwaarderen van mijnbouwerfgoed — het bekken kreeg in 2012 zelfs UNESCO-werelderfgoedstatus als levend industrieel landschap.

Waarom dit verhaal ertoe doet

MineWine is meer dan een sympathiek buurtinitiatief. Het is de enige plek in Vlaanderen waar wetenschappelijk is aangetoond dat voormalige mijnterrils een volwaardig terroir kunnen zijn, en het toont ook hoe wijnbouw een instrument kan zijn voor sociale (re-)integratie. Een mooi én lekker verhaal!

Meer info over MineWine vind je op https://www.minewine.be/

Gerelateerde artikels