Ga naar inhoud

Wijndomein Ravenstein bestaat pas sinds  2017, maar is  op die korte tijd uitgegroeid tot een van de sterkhouders van de Vlaamse wijnbouw. Het domein is ongeveer zes hectare groot en omvat verschillende percelen op de zuidflank van de Amerikaberg in Wervik. De bodem bestaat uit zandleem, met in de diepere lagen silex en lemige klei, iets wat volgens wijnbouwer Dirk Talpe, bijdraagt aan de lichte minerale toets van de wijnen van Ravenstein.

Vanuit hun achtergrond als plantenkwekers zetten Dirk en Patricia Talpe sterk in op duurzaamheid op hun wijndomein. Er worden geen herbiciden gebruikt, ze stimuleren een rijk bodemleven en de aanplant van gemengde hagen rondom hun percelen zorgt ervoor dat het insectenbestand op natuurlijke wijze in evenwicht wordt gehouden.

Domein Ravenstein heeft momenteel ongeveer 25.000 stokken. Het overgrote deel bestaat uit klassieke vitis vinifera rassen zoals chardonnay, pinot noir, pinot blanc, pinot gris, … De wijnen van Ravenstein werden meermaals bekroond, maar een goede ondernemer-wijnboer geniet niet enkel van het moment, maar kijkt ook vooruit. Vooruitkijken voor een wijnbouwer betekent onder meer dat hij zich moet voorbereiden op klimatologische veranderingen ten gevolge van de opwarming van de aarde. De blijvende inzet op duurzaamheid op het domein is daarbij vanzelfsprekend, maar Dirk Talpe verkent ook minder gebaande paden.

Tijdens een podcastopname sprak Dirk Talpe over de (beperkte) aanplant van twee historische rassen, de fränkischer burgunder en de grüner adelfränkisch. De herkomst van beide rassen is terug te voeren tot de pre-Romeinse tijd, maar ze werden tot het begin van de 21e eeuw als uitgestorven beschouwd. Beide rassen zijn laatrijpend, robuust en weinig gevoelig aan botrytis, wat in het huidige klimaat, maar wellicht ook in een toekomstig klimaat een pluspunt is. Door hun dikke schil zijn ze bovendien zeer goed bestand tegen de Suzuki-vlieg, die de laatste jaren onze wijngaarden teistert.

Hoe beperkt de aanplant van beide druivenrassen momenteel in ons land ook is – naast domein Ravenstein experimenteren onder meer ook de domeinen Beerbosch en Oud Conynsbergh met fränkischer burgunder en op de Genkse terrils van MineWine is grüner adelfränkisch aangeplant -, toch loont het de moeite om deze historische rassen wat van nabij te bekijken.

Ulrich Martin en Andreas Jung: “Schmecken Sie Geschichte”

Ulrich Martin en Andreas Jung zijn een ‘match made in heaven’. Martin is een wijnboer en plantenkweker uit Gundheim, in het hart van Rheinhessen (Duitsland), met meer dan 40 jaar ervaring in de wijnbouw en de vermeerdering van wijnstokken. Jung is een zeer begenadigd ampelograaf, gespecialiseerd in de herkenning van historische druivenrassen. Op een paar jaar tijd kon hij in Duitsland op verlaten en verwilderde percelen met wijnstokken honderden historische druivenrassen identificeren, waarvan men dacht dat ze al lang uitgestorven waren. Jung hield het echter niet bij identificeren en herkennen. Vanuit een oprechte overtuiging dat deze historische druivenrassen een rol kunnen spelen in toekomstige duurzame wijnbouw zette hij samen met Martin het project Historische Rebsorten op, waarin die historische rassen opnieuw vermeerderd en actief ingezet worden in de wijnbouw. Aanvankelijk zetten ze een soort “druiven-materniteit” op op de wijnpercelen van Martin, maar ondertussen zijn er al verschillende andere wijnboeren in Duitsland -en in België – op de kar gesprongen. Rassen waarmee geëxperimenteerd wordt zijn onder meer schwarzblauer riesling, gelber kleinberger bettlertraube en dus ook grüner adelfränkisch en fränkischer burgunder.

De slogan van het project vat het mooi samen: Schmecken Sie GeschichteProef de geschiedenis.

In ons land is vooral Geurt van Rennes, zelfstandig wijnadviseur, docent wijnbouw en bekend om zijn kritische houding tegenover interspecifieke druivenrassen, een van de pleitbezorgers van de historische druivenrassen.

Fränkische Burgunder, de vergeten neef van de pinot noir

De Fränkischer Burgunder — ook bekend als Franc Pineau of Schwarzblauer Klevner — is een zeldzaam historisch druivenras dat tot 2009 als uitgestorven werd beschouwd. De wijnstokken werden teruggevonden in een verlaten wijngaard bij Halle, waar ze meer dan 130 jaar in het wild hadden overleefd.

Het ras lijkt verwant aan de Traminer en heeft rondere, leerachtige bladeren met een typisch rode herfstrand — een kenmerk dat hem onderscheidt van de Pinot noir waarmee hij eeuwenlang werd verward. De kleine, blauwgrijze bessen rijpen laat in september tot oktober, bereiken hoge suikerwaarden en blijven dankzij hun harde schillen opmerkelijk rotvrij. De wijn die ervan gemaakt werd, stond historisch bekend als krachtig, alcoholrijk, aromatisch en goed houdbaar.

Het ras was in de middeleeuwen verspreid over een breed gebied: van Saale-Unstrut en Brandenburg tot de Champagne, Lotharingen en de Moezel, waar het onder tientallen verschillende namen circuleerde — van Klebroth tot Trussiaux en Müllerrebe.

Op Ravenstein werd in 2025 een zeer beperkte hoeveelheid van deze druif geoogst en ik kon er dan ook zelf niet van proeven. Volgens Dirk Talpe doet de druif aromatisch aan de pinot noir denken met aroma’s van rijp rood fruit (aalbes, kers), maar ook met voldoende fraicheur. Qua stijl is hij iets steviger dan de pinot noir, met een fijne, maar toch duidelijk aanwezige tanninestructuur.

Grüner Adelfränkisch, de edele druif

De Grüner Adelfränkisch — ook wel Edelfranke of Grünfränkischer genoemd — gold tot 2007 als uitgestorven, maar bleek nog springlevend in het Steigerwald, waar meer dan 150 planten werden teruggevonden in oude gemengde wijngaarden op zware Keuperbodems. Ook in het Taubertal, aan de Nahe en de Hessische Bergstraße werden geïsoleerde stokken aangetroffen.

Net als de Fränkischer Burgunder is de druif nauw verwant aan de Traminer. Ze stamt vermoedelijk uit de pre-Romeinse Dacisch-Moravische Karpaten, vanwaar ze in de vroege middeleeuwen door de Franken over Oost-Franken, Saksen, de Saale en Brandenburg werd verspreid.  

De druiven zijn relatief klein en los en zijn zeer vorst bestendig. Aromatisch is de grüner adelfränkisch wat ingetogener dan andere traminer-varianten: wit steenfruit en een lichte kruidigheid, in evenwicht gehouden door een hogere maar mooi geïntegreerde zuren.

Wat brengt de toekomst?

Het is nog te vroeg om grote uitspraken te doen over de rol van historische druivenrassen in de Vlaamse wijnbouw. In Duitsland worden er al wijnen van gemaakt — zowel blends als monocepages. Op termijn is dat ook de ambitie van Dirk Talpe van domein Ravenstein. Ook de hectare fränkischer burgunder die domein Beerbosch drie jaar geleden heeft aangeplant, biedt op dat vlak perspectieven, evenals de verschillende historische rassen – naast de grüner adelfränkisch, ook gelber kleinberger en grünfränkisch – op de Genkse terrils.

Vergeten druivenrassen die de weg terugvinden naar onze wijngaarden, robuust genoeg voor een veranderend klimaat en met een smaakprofiel dat volledig zijn eigen ding doet — het is het soort verhaal waar je als wijnliefhebber warm van wordt.


Benieuwd naar wat Dirk Talpe nog allemaal te vertellen had over historische druivenrassen en over andere onderwerpen, beluister dan de podcast:

Gerelateerde artikels

16 september 2026: Wedstrijd Beste Belgische Wijn

Nieuws

MineWine: hoe een Limburgse steenberg een wijngaard werd

Wijndomeinen

22 augustus - 13 september: Sprankelend Hageland

Nieuws